Co-ouderschap, zijn de kosten dan ook fifty fifty?

Co-ouderschap is niet fiftyfifty

Nergens ter wereld kiezen gescheiden koppels meer voor co-ouderschap dan bij ons. Maar dat wil nog niet zeggen dat u ook de kosten van uw kinderen 50/50 moet verdelen. Hoe moet het dan wel? In eerdere artikels besteedde ik hieraan al aandacht: Onderhoudsbijdrage bij een echtscheiding en Onderhoudsbijdrage voor kinderen is nattevingerwerk. In onderstaand artikel van Frida Deceunynck in De Standaard (23/01/20) wordt een en ander nog eens helder uitgelegd.

Co-ouderschap en de kosten

Bij echtscheidingen met kinderen is co-ouderschap het nieuwe normaal. ‘Ongeveer de helft van de gescheiden ouders kiest voor co-ouderschap. Vooral vaders hebben een voorkeur voor een 50/50-regeling omdat ze denken dat ze dan geen onderhoudsbijdragen moeten betalen voor hun kinderen’, stelt Yves Coemans van de Gezinsbond vast. ‘Maar dat klopt niet. Volgens de wet moeten de kosten van de kinderen verdeeld worden volgens de draagkracht van beide ouders, zeg maar: in verhouding tot hun inkomen. Alleen als beide ouders precies evenveel verdienen, is een 50/50-kostenverdeling correct.’

Verblijfskosten

Dat inkomensevenwicht is bijna nooit het geval. Dus is er zelfs voor gewone verblijfskosten een regeling nodig. Het gaat om de kosten voor eten, verwarming, water, internet, … Coemans: ‘In een week om week-regeling betalen beide partners 50% van de verblijfskosten. Maar als de ene partner 1.500 euro per maand verdient en de andere 3.000 euro, is dat niet correct. De partner met het laagste inkomen moet dan een stukje van de betaalde kosten terugkrijgen van de andere ouder. Dat gebeurt via een onderhoudsbijdrage.

Andere kosten

Ouders moeten ook de kosten verdelen die niet verbonden zijn aan het verblijf van hun kinderen. Zoals kleding en schoenen, het lidgeld van de voetbalclub, het busabonnement, dokterskosten, …

Hiervoor zijn verschillende regelingen mogelijk, zegt Yves Coemans: ‘Iedere ouder kan nauwgezet een apothekersrekening bijhouden van alle kosten die hij of zij heeft betaald en periodiek het overeengekomen deel terugvorderen van de ander. Maar de ouder die de meeste kosten voorschiet, moet dan voortdurend achter zijn of haar geld aanzitten. Om dat te vermijden werken steeds meer ex-koppels met een gemeenschappelijke kindrekening, die door iedere ouder gestijfd wordt in verhouding tot zijn of haar inkomen. Soms werkt dat. Maar het kan dan weer andere frustraties opleveren, bijvoorbeeld als de ene ouder vindt dat de andere te dure kleding koopt of te veel geld spendeert aan schoenen. Dan kan het een oplossing zijn deze kosten mee in de onderhoudsbijdrage op te nemen.’

Levensstandaard

De vraag is dan: welk bedrag moet hiervoor ingecalculeerd worden? Yves Coemans: ‘Dat hangt samen met het inkomen. Hoe meer inkomen er is, hoe meer ouders uitgeven aan hun kinderen. Dat is normaal. Maar de rekenmethodes die rechters en notarissen gebruiken, weerspiegelen niet altijd de reële kosten. We hebben eens een dossier begeleid van zeer vermogende ouders met een rijkelijke levensstandaard. De moeder had nauwgezet alle uitgaven opgelijst die de kinderen gewend waren. Van merkkleding en restaurantbezoeken tot het lidgeld van de hockeyclub en dure skireizen. Op basis daarvan kwamen we uit op een maandelijkse onderhoudsbijdrage van 2.700 euro voor de drie kinderen samen. De rechter hield het echter bij 400 euro per maand. Maar ook het omgekeerde kan voorkomen, als de ouders zeer zuinig leven en de rechter meer toekent dan opgegeven. Daarom is het altijd beter om als ouders onderling tot een akkoord te komen. Met vonnissen van de rechtbank is het een beetje zoals met de lotto. Je weet nooit op voorhand hoe je eruit zal komen.’

Buitengewone kosten

co-ouderschap - kostenOok de buitengewone kosten kunnen een punt van discussie zijn. Typevoorbeelden zijn de Romereis op school, hospitalisaties, rijlessen, de aankoop van een laptop, orthodontie, … Vaak worden ook de kosten van hogere studies daartoe gerekend.

Coemans: ‘Volgens de wet moeten deze kosten, net zoals alle andere, verdeeld worden op basis van het inkomen. Maar in de praktijk zien we vaak dat de ex-partners akkoord gaan met een fiftyfifty-verdeling. Dat kan een manier zijn om een schuldgevoel af te kopen, maar gebeurt soms ook uit onwetendheid. De financieel zwakke partner beseft niet altijd dat ook de eenmalige kosten in principe verdeeld moeten worden volgens het inkomen.’

Fiscale voordelen

Last but not least moeten de ouders ook de fiscale voordelen van hun kinderen verdelen. Coemans: ‘De ouder die de kinderen fiscaal ten laste neemt, heeft recht op een vermindering van de bedrijfsvoorheffing. Als er drie kinderen ten laste zijn, komt dat overeen met een belastingbesparing van 280 euro per maand. Ouderhoudsplichtige ouders profiteren dan weer van de fiscale aftrek van de betaalde onderhoudsbijdragen. Bij een marginaal tarief van 50% recupereren ze zo 40% (plus gemeentebelasting) van het betaalde bedrag.’

De ‘onderhoudsgeldcalculator’ van de Gezinsbond verrekent die fiscale effecten mee in het onderhoudsgeld. Maar ook andere oplossingen zijn mogelijk. ‘Steeds meer ouders komen overeen om iets met die belastingopbrengst te doen voor hun kind. Bijvoorbeeld door elk hun belastingvoordeel over te schrijven op de gemeenschappelijke kindrekening of op het spaarboekje van de kinderen. Zo gaat de belastingwinst rechtstreeks naar hen.’

Bemiddeling

Zoals hierboven wordt aangegeven is het inderdaad altijd beter om als ouders onderling tot een akkoord te komen. Als familiaal bemiddelaar probeer ik in mijn praktijk om samen met de ouders een zo billijk mogelijke onkostenregeling uit te werken (lees ook: Onderhoudsbijdrage berekenen). Dat is geen sinecure. Ik tracht scheidende koppels hierin zo goed mogelijk te begeleiden en te informeren.

Zo loont het onder meer de moeite om zich goed te informeren over alle mogelijke soorten kosten. Immers alles wat niet wordt opgenomen onder de rubriek bijzondere kosten in een echtscheidingsvonnis, wordt aanzien als zijnde gedekt door de gewone onderhoudsbijdrage.

Ook het toepassen van scharnierleeftijden vind ik belangrijk, om zo stijgende kosten bij ouder wordende kinderen al te voorzien en op te vangen (lees ook: Onderhoudsbijdrage bij echtscheiding).

Het is eveneens belangrijk om de fiscale effecten te berekenen bij het bepalen van de onderhoudsbijdrage. Meer hierover leest u in volgende artikels: Onderhoudsgeld in de belastingaangifte en Co-ouderschap en de belastingen).

Wilt u meer uitleg aarzel dan niet om contact op te nemen via het contactformulier.